De stad maakte gebruik van een wapen, waarop
drie Gotische letters Z en als schildhouders
twee bossen met ieder 7 korenaren. Dit wapen was
samengesteld uit twee historische elementen, de
letter uit het stadszegel, de korenaren waren
een sprekend element. In 1957 kwam de gemeente
met het volgende voorstel voor een nieuw wapen:
"Gedeeld : I Doorsneden : a Kleef, b Mark; II in
goud drie Gotische hoofdletters
De Hoge Raad van Adel had bezwaar tegen de drie
letters Z en kwam met het volgende
voorstel: "Gevierendeeld: I Kleef, II Mark, III in
goud een letter Z en IV in keel 7 korenaren van
goud, met een gestrekt lint van sinopel samen
gebonden." Om onverklaarde redenen kwam de gemeente
echter met het ontwerp van het huidige wapen naar
voren. De korenaren waren weggelaten, omdat het
sprekende element niet overeenkwam met de
historische verklaring van de naam. De korenaren
waren echter wel historisch. De oudst bekende
afbeelding dateert uit 1670 en staat op de klok van
de N.H. Kerk. Ook het 18de-eeuwse zegel
van Zevenaar en het Ambt Lymers vertoont de
korenaren. Ze komen ook voor in diverse andere
bronnen uit de 18de eeuw. De letter Z is veel ouder.
De oudste afbeelding dateert uit 1515 en komt voor op het
schepenzegel van de stad. Het zegel vertoont de H.
Maria met voor zich twee schildjes; enerzijds het
schildje met het wapen Kleef-Mark (zie onder),
anderzijds een schildje met de letter Z. Diverse
andere (oudere) zegels laten wel de H. Maagd zien,
maar enkel met het schildje Kleef-Mark. De oudste
afbeelding daarvan dateert uit 1473, dus zelfs van
vóór de stadsrechten van 1487. Dergelijke zegels
werden tot 1733 gebruikt.
Wapen van Angerlo
 |
|
Gedeeld : I in keel een wassende maan van goud, II
in goud een schuinbalk van keel. Het schild gedekt
met een vijfbladerige kroon van goud." |
Oorsprong/verklaring :
Het wapen van de voormalige gemeente is een
combinatie van een symbool voor het richtersambt
Doesburg (I), ontleend aan het stadswapen, en het wapen
van de baanderheren van Baer en Lathum (II). Een
groot gedeelte van de gemeente, waaronder het dorp
Angerlo, behoorde vroeger tot het richtersambt van
Doesburg, het andere gedeelte tot de heerlijkheid
Baer en Lathum.
In 1816 gaf de gemeente te kennen geen behoefte te
hebben aan een wapen, waardoor het tot 1924 duurde
voor er een wapen werd aangevraagd. Overigens werd
toen het wapen aangevraagd op persoonlijk initiatief
van de burgemeester. Het college van burgemeester en
wethouders had besloten om geen wapen aan te
schaffen, waarop de burgemeester besloot dit alsnog
zelf te doen.