Ligging
De
andere factor die zojuist werd genoemd, de ligging
in een staatkundig grensgebied, mag ook niet
worden verwaarloosd. Van oorsprong kan Gelre
worden beschouwd als het gewest waartoe de Liemers
behoorde. Enkele malen, in 1382 en 1406, werd het
gebied aan het naburige Kleef verpand. Doordat na
de laatste keer geen inlossing plaatsvond, bleef
de Zwanenburcht in Kleef het bestuurscentrum. Van
daaruit werden in 1487 stadsrechten aan Zevenaar
verleend. De reden hiervoor was vooral gelegen in
de militaire omstandigheden in die tijd. Zevenaar
moest een strategisch steunpunt worden aan de
grens met het Gelderse gebied. De burcht Sevenaer
met zijn omringende bebouwing vormde een
tussenstation en een uitvalsbasis voor de hertogen
van Kleef.
Gevolgen
De
verlening van stadsrechten zorgde ervoor dat
Zevenaar het monopolie op markten en op de verkoop
van brood en bier verkreeg. Ook concentreerde de
rechtspraak in de Liemers zich in Zevenaar. Het
stadsbestuur kon op allerlei goederen accijnzen
heffen. Met name die accijnzen drukten zwaar op de
financiële positie van de nauwelijks vijfhonderd
inwoners die Zevenaar toen telde.
Ontwikkeling
In
1793 telde Zevenaar nog maar negenhonderd
inwoners. Het gezicht van Zevenaar werd gedurende
lange tijd bepaald door twee belangrijke huizen:
het huidige Huis Sevenaer aan de Wittenburgstraat
en de in het verleden gesloopte burcht. Kenmerkend
voor Zevenaar was ook de omwalling en de gracht,
alsmede vier stadspoorten, te weten de Blekse
Poort, Grietse Poort, Didamse Poort en Kerkpoort.
Na de woelingen van de Franse tijd werd Zevenaar
op 1 juni 1816 toegevoegd aan het Koninkrijk der
Nederlanden. De gemeente Zevenaar telde toen 2.564
inwoners, waarvan er duizend in de stad zelf
woonden.
Toenemende
woningbouw
Zowel
uit de Romeinse tijd als uit latere
cultuurperioden zijn op Zevenaars grondgebied
bewoningssporen gevonden. Weliswaar vormen deze
geen bewijs voor een ononderbroken
bewoningsgeschiedenis, maar wel is gebleken dat
onder andere de omgeving van de Oud-Zevenaarseweg
al heel vroeg in trek was als nederzettingsgebied.
De naam Oud-Zevenaar geeft trouwens al aan hoe we
ons de ontstaansvolgorde moeten voorstellen. De
Kerkstraat verwijst bijvoorbeeld niet naar de St.
Andreaskerk – waarvan de voorganger pas in 1521
parochiekerk werd -, maar was de route naar de
’oude kerk’, die van Oud-Zevenaar dus.
Terwijl Oud-Zevenaar en Babberich tot in vrij
recente tijd geen aaneengesloten bebouwde kom
kenden, was het stadje Zevenaar een klein
bestuurlijk en economisch centrum, dat echter
nauwelijks groei vertoonde. Pas na de Tweede
Wereldoorlog werd het territorium buiten de
voormalige gracht en wal met nieuwe woonwijken
bebouwd. Daardoor verdriedubbelde het aantal
inwoners van de gemeente in een tijdsbestek van 25
jaar van 8.653 in 1950 tot 25.895 in 1975. Dit
aantal is vanaf toen min of meer stabiel gebleven.
Tot in de Franse tijd hadden zowel het stads- als het ambtsbestuur
en het gericht hun zetel in Zevenaar. Van 1815 tot
1877 was hier een kantongerecht gevestigd. Als
grensplaats bood Zevenaar ook emplooi aan een
aantal commiezen. De spoorweg Arnhem-Emmerik
bracht in 1856 wat leven in de Zevenaarse
brouwerij. In 1885 begon een andere maatschappij
met de exploitatie van de lijn
Zevenaar-Winterswijk. Het duurde nog tot 1907 voor
Zevenaar een nijverheid van enige omvang kreeg.
Max von Gimborn vestigde toen zijn inktfabriek in
huize De Doelen. In 1920 kwam de Turmac (de
huidige BAT) sigarettenfabriek, die werk bood aan
veel inwoners en mensen uit de omgeving. Rond 1940
vertoonde Zevenaar een redelijke infrastructuur in
de vorm van een aantal middenstandszaken, een
ziekenhuis en enkele scholen voor voortgezet
onderwijs.
Godsdienst
In
godsdienstig opzicht kan de verdraagzaamheid van
de Pruisische overheden worden genoemd. Het
protestantisme werd niet opgedrongen. In Zevenaar,
Lobith en Wehl bouwden de protestanten hun eigen
kerkje. Dit in tegenstelling tot de Gelderse
plaatsen, waar aan katholieken de kerken werden
ontnomen. Het processierecht, iets wat in het
gewest Gelderland ondenkbaar was, kon in het
Kleefse gebied ongestoord worden uitgeoefend en
bleef ook na 1816 bestaan.
Traditie
Verschillende factoren hebben het
aanzien van Zevenaar drastisch veranderd: de
verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog, de enorm
toegenomen woningbouw en de navenant gegroeide
verkeersintensiteit, het slinken van het aantal
boerenbedrijven en de uitbreiding van industrie en
handel. Al zijn veel monumentale gebouwen
verdwenen, de drie oude kerken en kastelen als
Halsaf, Camphuysen en Sevenaer sieren gelukkig nog
steeds de gemeente. De contouren van het
middeleeuwse stadskasteel zijn terug te vinden op
de parkeerplaats aan het Masiusplein.
Ondanks de concurrentie van radio en televisie
kent de gemeente een intensief verenigingsleven.
Daarin zijn ook de oude tradities
vertegenwoordigd, bijvoorbeeld het tot de
Middeleeuwen teruggaande schutterswezen.
Groei
De
Tweede Wereldoorlog bracht Zevenaar grote schade
toe. De wederopbouw werd voortvarend aangepakt en
nieuwe wijken verrezen in snel tempo rond de oude
kern. In 1958 bedroeg het inwonertal van de stad
Zevenaar 10.000.
Het inwonertal is inmiddels gestabiliseerd
rond de 31.000. Zevenaar kent een goed
voorzieningenniveau op terreinen als onderwijs,
sport, gezondheid, werkgelegenheid en cultuur.
Sinds 1 januari 2005 maken de dorpen Angerlo,
Giesbeek en Lathum deel uit van de gemeente
Zevenaar. Tot die tijd was Angerlo, met de dorpen
Giesbeek en Lathum een zelfstandige gemeente.
Angerlo
Het
dorp Angerlo is
eeuwenlang een kerspel van Doesburg geweest. Dat
wil zeggen dat Angerlo kerkelijk onder Doesburgs
gezag viel. Omstreeks 1500 telde Angerlo negentig
huishoudens, hetgeen waarschijnlijk overeenkomt
met ongeveer 350 inwoners. Nu wonen er ongeveer
1.400 mensen. Sinds 1811 is er sprake van de
gemeente (mairie) Angerlo. Het
gemeentebestuur kreeg in 1866 in de herberg ’Het
Wapen’ van Klein Bingerden twee kamers ter
beschikking als secretarie.
In Angerlo staat een van de twee oudste
kerkgebouwen in Nederland: de Nederlands Hervormde
Kerk aan de Dorpsstraat stamt uit de
vroeg-Romaanse periode van 900 na Christus.
Babberich
De
geschiedenis van Babberich wordt gedomineerd door
kasteel Halsaf in het Babberichse Bos. Naast de
legende van 'de meid en de zeven rovers’ heeft
deze havezate in de loop van de eeuwen een
belangrijke plaats ingenomen in het Babberichse
leven. In de Middeleeuwen was het een kasteel,
compleet met ophaalbrug. In de achttiende eeuw is
dit afgebroken en is er een huis voor in de plaats
gekomen. Een van de adellijke rechten van Halsaf
was de duivenvlucht. Op het landgoed is nog altijd
een witte duiventoren te zien uit 1785. Halsaf en
de Babberichse schutterij zijn al sinds de
oprichting in 1874 onlosmakelijk met elkaar
verbonden. De bewoner van het huis - tot 2004 was
dat de familie De Nerée tot Babberich - was lange
tijd president en beschermheer van de schutterij.
Deze functie is in 2004 overgedragen aan de heer
Ed van der Schaft, de huidige bewoner van Halsaf.
Het
grensdorp Babberich is een gezellige
toeristenplaats met diverse campings in een
afwisselend fiets- en wandelgebied. Vooral de
Kwartiersedijk is pittoresk. Babberich heeft tegen
de 2.000 inwoners en ligt ten zuidoosten van
Zevenaar.
Giesbeek en Lathum
Deze
streek is al sinds lange tijd bewoond. De
Nederlands-Hervormde kerk in Lathum stamt uit
1608. Dat duidt op meer geconcentreerde bouw dan
hier en daar een boerderij. Ook het Huis te Lathum
heeft een interessante geschiedenis. In 1672
ontving Lodewijk XIV hier de Arnhemse
Gedeputeerden die over de overgave van hun stad
kwamen onderhandelen. Het gezicht van Giesbeek en
Lathum is jarenlang bepaald door
beroepsscheepvaart, boerderijen en steenfabrieken.
De ligging aan de IJssel biedt tegenwoordig weer
een nieuwe bron van inkomsten: grootschalige
recreatie in het Rhederlaag. Door afgraving van
zand en grind ontstonden plassen met oevers die
geschikt zijn voor watersport.
In
Giesbeek is in 2004 het Kulturhus De Brede Blik
geopend. In deze centrale voorziening is een breed
aanbod van voorzieningen op het gebied van (basis)
onderwijs en kinderopvang, zorg en welzijn,
cultuur en recreatie gehuisvest.
Tegen
het einde van de achttiende eeuw telden Giesbeek
en Lathum 656 inwoners. Nu staan er in Giesbeek
ongeveer 2.850 mensen ingeschreven en in Lathum
750. Tot 2005 maakten Lathum en Giesbeek deel uit
van de gemeente Angerlo.
Oud-Zevenaar
Zoals
de naam al doet vermoeden, bestaat Oud-Zevenaar al
langer dan Zevenaar zelf. De eeuwenoude
Martinuskerk ligt op een uitstulping van de dijk.
Een andere markante plek is Molen De Hoop. In deze
nog werkende korenmolen uit 1850 is ook een
molenwinkel gevestigd. Het dorpje heeft een paar
honderd inwoners en is in de loop der jaren niet
veel gegroeid. Dat komt het intieme karakter van
het dorp ten goede.
Een
bezienswaardigheid nabij de buurtschap Ooy is het
recreatieoord ’De Panoven’, waar een
steenfabriek/museum gevestigd is. Dit
Rijksmonument met zijn unieke vormgeving is de
enige nog intact zijnde ronde zigzagoven van
West-Europa.