| Doelstellingen
Het doel van de werkgroep is het bevorderen van
de aandacht voor archeologie en de zorg voor het
bodemarchief. Onder het bodemarchief verstaan we
de oudheidkundige resten die in onze bodem
aanwezig zijn. De werkgroep wil door
activiteiten het bewustzijn bij de lokale
bevolking en overheid stimuleren, opdat er op
zorgvuldige wijze wordt omgegaan met de
waardevolle historische informatie die in de
bodem aanwezig is.
De afgelopen vijfentwintig jaar hebben verschillende
onderzoeken aangetoond dat onze bodem veel
interessante zaken bevat. Wat tot nu toe bekend is,
is vooral het werk geweest van amateur-archeologen
van de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland
(AWN), afdeling Zuid-Veluwe en Oost-Gelderland. Zo
weten we sinds 1980 wat meer over de prehistorische
nederzetting op de Steenheuvel, het "oer-Zevenaar" om
zo te zeggen. Ook fundamenten van de middeleeuwse
burcht van Zevenaar zijn door hen gelokaliseerd en
gedeeltelijk opgegraven (onder het Masiusplein).
Hierbij is duidelijk geworden, dat het om een
archeologisch object van nationaal belang gaat. Bij
Giesbeek en Angerlo liggen stroomruggen waarop al in de bronstijd gewoond werd. Veel van wat er in
onze bodem bewaard is gebleven, is echter nog
onvoldoende bekend. Er hebben bijvoorbeeld in het
zandgebied bij Babberich grafheuvels gelegen, maar
de exacte locatie is niet duidelijk.
Activiteiten
Het is niet de bedoeling dat de werkgroep
Archeologie van de CVZ dezelfde activiteiten
onderneemt als andere organisaties. Zo wordt
archeologisch onderzoek al uitgevoerd door de AWN en
officiële instanties. Het tentoonstellen van
archeologische vondsten behoort tot het werkterrein
van de Stichting Liemers Museum. De werkgroep richt
zich daarom vooral op aanvullende activiteiten,
zoals:
-
Het
stimuleren van de gemeente Zevenaar om beleid te
ontwikkelen op het gebied van de archeologie,
ook in het kader van het verdrag van Malta
(waarin in Europees verband regels zijn
afgesproken voor archeologisch werk). Door het
voeren van overleg en het verstrekken van
adviezen en informatie wordt bevorderd, dat de
gemeente haar rol in de archeologie (die over
enige tijd wettelijk vastgelegd wordt) goed kan
vervullen. Ook binnen de gemeentelijke
monumentencommissie heeft de CVZ een inbreng.
-
Het verzamelen van relevante historische
informatie voorafgaande aan opgravingen in onze
gemeente; daardoor kan een betere vraagstelling
voor de opgravingen bepaald worden. Achteraf is
het van belang een verband te leggen tussen de
vondsten bij de opgravingen en de vermeldingen
in archieven; gegevens over de vondsten die
gedaan worden, kunnen bijvoorbeeld worden
gekoppeld aan informatie over de bewoners van
bepaalde panden en hun beroep.
-
Het verspreiden van archeologische informatie
onder het publiek via diverse media, waaronder
het internet.
-
Het vormen van een groep mensen die kan worden
opgeroepen is om bij opgravingen te assisteren
en/of hand- en spandiensten te verrichten.
Vooral de laatstgenoemde activiteit gaat een
belangrijke rol spelen binnen de gemeente Zevenaar.
De in 2005 gepubliceerde gemeentelijke
monumentenlijst betreft slechts een deel van de
historische gebouwen in onze gemeente. Omdat lang
niet alles beschermd kan worden, is ook onderzoek
van belang. Wanneer panden gesloopt en vervangen
moeten worden die niet voor de status van monument
in aanmerking komen, maar wel een lange geschiedenis
hebben, is bouwhistorisch en archeologisch onderzoek
van belang waarbij zoveel mogelijk van de
historische informatie wordt vastgelegd die anders
verloren zou gaan.
Voorbeeld
Een mooi voorbeeld van het werk en belang van de
werkgroep is de sloop en nieuwbouw van het pand aan
de Weverstraat 9 (het smalste pandje van Zevenaar).
Dit oude pandje had niet de status van gemeentelijk
monument. Omdat in juridisch opzicht weinig aan dit
besluit valt af te dingen, komt het aan op de wil
van partijen om toch meer dan het minimum te doen
aan de historische vastlegging. In dit geval is dat
gebeurd. De gemeente, de eigenaar, de architect, het
sloopbedrijf, het bouwbedrijf en de vrijwilligers
van de AWN en CVZ hebben een goed resultaat bereikt.
Het volgende is namelijk gebeurd:
Voorafgaande aan de sloop heeft bouwhistorisch
onderzoek plaatsgevonden, waardoor de
bouwgeschiedenis van het pand in grote lijnen kon
worden achterhaald. De oudste fase bleek een houten,
boerderijachtig gebouw uit de 16de en/of 17de eeuw.
In het pand bevond zich een steile, antieke, houten
trap met daaronder muurkastjes. Deze trap is in
veiligheid gebracht met de bedoeling die elders in
een oud pand in te bouwen.
Na de sloop heeft een opgraving plaatsgevonden,
waarbij de bouwgeschiedenis verder in beeld werd
gebracht. Bijzondere vondsten waren een haardplaats
(waarbij op de vloer gestookt werd) met een ijzeren
doofpot, waarin ’s avonds de gloeiende houtskool
geborgen werd. Ook is een houten beerput
aangetroffen, die bestond uit twee op elkaar
gestapelde duigentonnen. Daarnaast werden oudere
vloertjes van leem en baksteen aangetroffen.
Het beeldbepalende karakter van het oude pand is
voor een belangrijk deel in het nieuwe pand
gehandhaafd, onder meer door hergebruik van de oude
dakpannen.
Contactadres:
|